Theorie en koppeling aan het voorbeeld

De ontwikkeling van kind naar volwassene is op seksueel gebied het meest ingewikkeld in ingrijpend. Het wordt niet alleen biologisch gestuurd maar ook de omgeving draagt hier veel bij (Van der Wal & De Wilde, 2017) aan de kwaliteit van dit proces, ten goede of ten kwade. Daarom is het voor docenten erg belangrijk om oog te hebben voor de seksuele ontwikkeling van de adolescent en deze niet als bijzaak af te doen. 

Seksualiteit kan verschillende betekenissen hebben. Een rol kunnen hierbij de etnische (en religieuze) achtergronden spelen. Sommige groepen verbieden seksuele gemeenschap voor het huwelijk, zoals in ons voorbeeld beschreven. Andere opvattingen adviseren juist om eerst ervaringen te verzamelen voordat in het huwelijksboot wordt gestapt. Ook welk gedrag als seksueel wordt opgevat kan per cultuur verschillen. Als je in Europa twee mannen hand in hand over straat ziet lopen, wordt het in verband gebracht met homoseksualiteit; terwijl het in India heel normaal en vriendschappelijk bedoeld is, als mannen hand in hand over straat lopen. 

Van der Wal en De Wilde (2017) vatten die verschillen in de seksualiteit in Nederland in drie modellen samen die ook bij de adolescent van toepassing zijn: 

 

  1. In het orgastische model gaat het alleen om de geslachtsgemeenschap in form van One-Night-Stands of langere seksuele relaties. Voor de adolescent gaat het meer om de seksuele ervaring en vervulling van lichamelijke behoeften dan om een diepe relatie met de partner. Variatie speelt hierbij een grote rol.
  2. In het relatiemodel spelen gevoelens een grotere rol dan in het orgastische model. Het gaat hierbij niet alleen om het verzamelen van seksuele ervaring maar ook om het voeren van een diepere persoonlijke relatie met de ander. Seks wordt als middel van bevestiging van deze relatie gebruikt. Er is nog wel ruimte voor andere seksuele partners.
  3. In het liefde- en voortplantingsmodel is er volgens Van der Wal en De Wilde (2017) sprake van een unieke en exclusieve liefdeservaring. Hierbij is geen ruimte meer voor andere partners. Dit model is meer gericht op het delen van een gemeenschappelijke toekomst en eventueel ook voortplanting. Maar ook zonder voortplantingswens wordt de geslachtsgemeenschap als exclusief voor elkaar gezien.

 

De cultuur van de twee meisje uit ons voorbeeld gebied dat vrouwen (en eigenlijk ook mannen) als maagd in het huwelijk moeten treden. Er is sprake van een exclusieve seksualiteit die alleen bestemd is voor de echtgenoot. Deze overtuiging vloeit voort uit het geloof en de etnische achtergrond van Samira en Gülcin. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht (te vinden in Van der Wal en de Wilde 2017) blijkt, dat er een verschil bestaat wat betreft de eerste geslachtsgemeenschap van meisjes met een Turks/Marokkaans achtergrond tegenover hun westerse leeftijdgenoten. Gülcin en Samira erkennen, dat voor Nederlandse meisjes seks voor het huwelijk vaak vanzelfsprekend is. Het liefde- en voortplantingsmodel is dus vooral te vinden bij jongeren uit een gelovig gezin. Zo vinden we dit model ook vaak bij de adolescenten van de gereformeerde kerk in Nederland. Voor liberaler opgevoede jongeren zijn het orgastische en het relatiemodel meer van toepassing. Uit het voorbeeld kunnen we herkennen dat het geloof en het daaraan verbonden liefde- en voortplantingsmodel voor Gülcin een ondergeschikte rol speelt. Ze heeft weliswaar spijt van haar ontmaagding maar niet vanwege het geloof, maar omdat de relatie niet van lange duur was. Bij Samira is het geloof blijkbaar nog sterk aanwezig. Zij is nog steeds maagd. 

 

HOE DENKEN JONGEREN OVER SEKSUALITEIT? 

Het is onomstreden dat jongeren op allerlei manieren beïnvloed worden. Was het in de victoriaanse tijd nog zo preuts, dat zelfs gehuwden elkaar niet eens naakt zagen, kan men tegenwoordig voorlichting en veelvuldige informatie over naaktheid, masturbatie en seks vrij toegankelijk op internet vinden. Men hoeft niet eens te zoeken, worden naakte Adams en Eva’s toch ook al op TV in het gelijknamige programma getoond. Toch menen Van der Wal en De Wilde (2017) dat steeds meer jongeren meer met romantiek bezig zijn dan met seks. Zo valt de ‘Eerste keer’ bij jongeren meestal tussen de 12 en 25 jaar. Het begin van de eigen seksualiteit is dus afhankelijk van veel verschillende factoren. Zo heeft een goede relatie met ouders blijkbaar een vertragend effect op de eerste geslachtsgemeenschap (Van der Wal en De Wilde, 2017). Jongeren met een niet-westerse (migratie)achtergrond zijn gemiddeld ook terughoudender dan westerse/autochtone jongeren.  

 

Gülcin en Samira vertellen, dat ze thuis niet over seksualiteit kunnen praten, dat ze zelfs niet kunnen vertellen seks te hebben gehad. Volgens Van der Wal en de Wilde (2017) heeft een goede relatie met de ouders juist een vertragend effect op de eerste seksuele ervaringen van jongeren. Verboden vruchten smaken het zoetst. Dat was vooral het geval bij Gülcan. Ook is de invloed van leeftijdsgenoten niet te onderschatten. Ze zien hoe Nederlandse meisjes met hun seksualiteit omgaan. Ze voelen zich onderdeel van hetzelfde macrosysteem waarin het geloof een minder belangrijke rol speelt. Ook heeft de invloed van het westerse feminisme een aandeel aan een meer liberale opvatting. Samira zegt: “Als de jongens het niet hoeven, hoeven wij ook niet.” 
 

DE ROL VAN DE BIOLOGIE. 

Uiteraard spelen biologische veranderingen in het lichaam van de adolescent een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de seksuele identiteit. Zelfs het feit, dat deze niet bij iedere adolescent op dezelfde leeftijd begint of gelijkmatig verloopt, is niet te verwaarlozen. Zo kunnen meisjes, wiens borsten zich nog niet aan het ontwikkelen zijn terwijl het bij hun vriendinnen wel het geval is, hier last van hebben.  

De Hypofyse is verantwoordelijk voor het begin van de seksuele ontwikkeling. Dit is sterk afhankelijk van de genen van het individu. Zo zit er sowieso een verschil tussen jongens en meisjes – jongens beginnen meestal later – maar ook tussen meisjes en jongens onder elkaar. 

 

HET LICHAAMSBEELD 

Tegenwoordig wordt veel waarde gehecht aan het uiterlijk, wat door het grote aantal  ‘schoonheid’ gerelateerde adviserende Youtube filmpjes te herkennen is. De eigen identiteit wordt sterk bepaald door het subjectieve lichaamsbeeld.  Adolescenten zijn sterk afhankelijk van het oordeel van hun omgeving. Hoe word ik door anderen gezien? Ze vergelijken elkaar, soms ook onbewust. Door de lichamelijke veranderingen tijdens de pubertijd moeten jongeren hun identiteit opnieuw bepalen. Hiervoor hebben ze bevestiging nodig.  

Aan Gülcan zien we, dat haar seksuele identiteit deels voortvloeit uit de liberale Nederlandse samenleving maar ook uit haar etnische achtergrond. Het is voor haar belangrijk dat haar ouders haar nog als maagd zien. Aan de andere kant krijgt Gülcan ook bevestiging door haar (ook allochtone) vriend, die het geen probleem vindt dat zij geen maagd meer is.  

 

DE FACTOR GENDER 

Volgens Van der Wal en De Wilde (2017) is gender een ordeningsprincipe dat de culturele invulling van het geslachtsverschil kenmerkt. Zonder dat we er ons veel van bewust zijn hanteren we een bepaalde gendergeladenheid in ons maatschappelijk leven. Het basisonderwijs en de kinderopvang zien we sterk vrouwelijk bepaald. Waartegen monteursberoepen of het leger sterk tot de mannelijke kant gerekend worden. Adolescenten groeien op in deze gendergeladen omgeving. Deze gendergeladenheid prikkelt de genderidentiteit van de adolescent maar kan ook leiden tot identiteitsverwarring. Wat als je als jonge man van een “vrouwenbaan” droomt? 

Er zijn drie theorieën over het proces van deze genderontwikkeling: 

  • De sociale leertheorie: Het gedrag dat past bij het geslacht van het kind wordt eerder beloond dan gedrag dat er niet bij past. Zo krijgen jongens, die naar een stoeipartij met een kapotte broek naar huis komen eerder een schouderklopje dan meisjes. Van meisjes wordt verwacht dat ze zich netjes gedragen. 
  • Modelleren: Kinderen kijken naar het gedrag van mensen uit hun microsysteem. Volgens Alice Miller (2002) imiteren kinderen het gedrag van hun opvoeders. Een moeder die stopt met werken om er alleen voor de kinderen te zijn, geeft onbewust het signaal door dat kinderopvoeding vrouwentaak is. 
  • De cognitieve benadering: Het kind verwerft kennis over zichzelf en zijn eigen geslacht. Is hij jongen of meisje?